Menselijk leed en de grens van het medeleven

TEARS OF GAZA

(Vibeke Løkkeberg, 2010)

Een recente documentaire over het Palestijns-Israëlisch conflict toont het leed van kinderen en de schaal van het geweld in de Gazastrook, en van zeer dichtbij. Hoe kan deze documentairestrategie nog slagen in een wereld waarin nieuwsberichten over talloze slachtoffers ons vrijwel koud laten?

Ongemakkelijke spagaat

Een algemeen doel van documentai-refilms is om de kijker te betrekken bij de sociale misstanden en onrecht in de wereld. De film TEARS OF GAZA, van de Noorse cineast Vibeke Løkkeberg, staat met zijn politiek beladen onderwerp ook in deze traditie. Centraal staan een paar Palestijnse kinderen die vertellen over hun traumatische ervaringen en hun moeizame leven in de Gazastrook. Hun verhalen worden geïllustreerd aan de hand van niets verhullende beelden van het Israëlische geweld tegen de Palestijnen. De bombardementen en de vele onschuldige slachtoffers maken een diepe indruk op de kijker. Tegelijk roept deze weergave de vraag op hoe de film het beoogde effect bij de kijker sorteert en of dit de beste strategie is om het doel te bereiken. Door het vele grafische geweld kan de kijker moeilijk zijn ogen sluiten voor de realiteit van het Palestijns-Israëlisch conflict, waardoor hij zich geroepen kan voelen iets aan de situatie te doen. Aan de andere kant voelt de kijker zich misschien machteloos ten aanzien van de gewelddadige aard van de mens en de uitzichtloosheid van de situatie.

“Oh dear”

Hoe komt het dat wanneer wij kijken naar het nieuws, wij steeds minder vatbaar worden voor het menselijk leed dat wij zien? De Britse documentairemaker Adam Curtis (THE CENTURY OF THE SELF, THE POWER OF NIGHTMARES) stelt dat wij als kijkers het gevoel hebben dat wij niets aan het leed kunnen doen. De gruwelbeelden maken ons neerslachtig en de enige gepaste reactie lijkt te zijn: “Oh dear”. Dit Oh-dearism, zoals Curtis het noemt, komt voort uit de mislukte pogingen van publieke initiatieven om kwade machten zoals gecorrumpeerde overheden, hongersnood en onschuldige oorlogsslachtoffers tegen te gaan. Burgerinitiatieven van gezamenlijk altruïsme zoals Live Aid in de jaren tachtig, ontstonden geheel buiten de politieke sfeer om en gaven iedereen een goed gevoel over zichzelf. Als de burger zich maar inzette, was een betere wereld zo binnen handbereik. De werkelijkheid toonde zich volgens Curtis echter vele malen complexer. Zo zou het geld dat bestemd was voor humanitaire hulp in Ethiopië, gebruikt zijn om de burgeroorlog te financieren, wat uiteindelijk voor evenveel doden zorgde als het aantal mensen dat door de hulp werd gered.

Menselijke natuur

Eveneens is het volgens Curtis zo dat na de Koude Oorlog het verhaal van goed en kwaad in de wereld niet langer opging. Dit werd het duidelijkst door de genocide in Rwanda in 1994 waar Hutu’s en Tutsi’s elkaar massaal afslachtten. Hulpdiensten konden geen onderscheid meer maken tussen moordenaars en onschuldige mensen, zelfs niet onder kinderen. Zonder helder beeld van goed en kwaad zweefde ook de journalistiek in een soort moreel vacuüm. Curtis stelt dat niemand echt begrijpt waarom deze verschrikkingen plaatsvinden, waardoor de nieuwsbeelden slechts illustraties zijn van de hersenloze gruweldaden waartoe de mens in staat is en waaraan bovendien niets gedaan kan worden. “Oh dear” lijkt wederom het enig mogelijke antwoord te zijn.

Betrokkenheid

Net als in de journalistiek tracht documentairefilm een beeld te geven van de historische werkelijkheid, alleen krijgt de visie van de filmmaker heden ten dage meer gewicht dan het louter weergeven van de feiten. Løkkeberg maakte TEARS OF GAZA vanuit een persoonlijk gevoelde woede tegen de Israëlische regering. Zij wilde de weerloze Palestijnse kinderen, die het meest onder het geweld lijden, een gezicht geven en het leven ten midden van de chaos voelbaar maken. Hun persoonlijke verhalen worden afgezet tegen scènes waarin de bombardementen van zeer dichtbij gefilmd worden waardoor de kijker zich even kwetsbaar voelt als de Palestijnen. Hordes mensen proberen branden te blussen en zijn naarstig op zoek naar overlevenden tussen het puin. Bij een ziekenhuis rijden ambulances af en aan om talloze gewonden te redden: helaas is het voor velen al te laat. Løkkeberg slaagt er zo in om via de persoonlijke portretten het menselijk leed van een heel volk te vatten. Dit is geenszins een nieuwe strategie, maar een die al jaren door hulporganisaties wordt ingezet om de buitenstaander te betrekken. Deze strategie vormt een tegenhanger voor het ietwat cynische Oh-dearism van Adam Curtis.

Slovics visie op medeleven

Adam Curtis benadrukt het gevoel van machteloosheid bij de kijker als reactie op de gewelddadige aard van de mens. De constante stortvloed aan beelden van menselijk lijden, stompt de kijker op den duur af. Dit proces van emotionele afstompen heeft echter ook een diepere psychologische oorzaak. De Amerikaanse hoogleraar psychologie Paul Slovic onderzocht hoe het komt dat hoe meer mensen er doodgaan, hoe minder het ons lijkt te schelen. Volgens hem hebben mensen een gebrek in ons vermogen om affectie te ervaren voor een grote groep mensen: hoe groter de groep des te minder de affectie. Ons onvermogen om een ‘passend’ gevoel te ervaren bij een koude statistiek als 100.000 doden, weerhoudt ons ervan om in actie te komen. Beelden van individueel leed zijn daarentegen goed in staat om mensen te mobiliseren, doordat zij gevoel en betekenis aan een tragisch verhaal kunnen geven. Net als literatuur en de fictiefilm is documentaire hiervoor uiterst geschikt. Løkkeberg gaat de vervreemding van het menselijk leed te lijf door de kinderen centraal te stellen en de identificatie met hen van even belangrijk te maken als het tonen van het rauwe geweld.

Machteloos toekijken

Løkkeberg slaagt er met haar film in om het conflict een menselijk gezicht te geven en de machteloosheid van de Palestijnen over te brengen. De kwetsbaarheid en het onbegrip van de kinderen wordt een metafoor voor het Oh-dearism waar Curtis over spreekt. Doordat de persoonlijke verhalen en de observerende stijl van Løkkeberg worden gecombineerd, wordt het voor de kijker mogelijk om een voorstelling te maken van hoe het is om in de Gazastrook te leven en overgeleverd te zijn aan de grillen van het Israëlische leger. De kijker kan echter, evenals de onschuldige Palestijnen niets anders doen dan machteloos toekijken. Dit beklemmende gevoel kan aansporen na te denken over de moraliteit van het conflict en wijst op de zinloosheid van het menselijke leed, waar TEARS OF GAZA in de kern over gaat. Wellicht dat een soortgelijke film vanuit Israëlisch perspectief de andere kant van het verhaal kan tonen en het leed daar voelbaar maken, maar dit zou eveneens over de zin- en uitzichtloosheid van de situatie gaan. In het verlengde hiervan wijst Slovic in zijn onderzoek ook op de mogelijkheid om onze individuele morele tekortkomingen aan te vullen met degelijke morele argumenten en internationale wetgeving. Hieraan ten grondslag ligt ook het idee dat nodeloos leed tegen moet worden gegaan en burgers bescherming verdienen van de internationale gemeenschap. Dit laatste punt is waarschijnlijk het meest lastig om te realiseren vanwege de religieuze aard van het Palestijns-Israelisch conflict. Løkkeberg heeft in ieder geval laten zien dat de oplossing ervan verbonden is met onze menselijke waardigheid.


Over yourisepp

Filmrecensies, filmtheorie en meer...
Dit bericht werd geplaatst in Filmrecensies en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s