Creatieven Stad en Ommelanden verenigt U!

Still uit "Benali in boeken" - Groningen (NPS)

De Groningers die op 5 mei niet in het Stadspark aanwezig waren om de vrijheid te vieren, keken wellicht met lede ogen naar het NPS-programma Benali in boeken, waarin de schrijver Abdelkader Benali het literaire leven van Groningen peilde. Volgens de schrijver stelt al het literaire talent in de stad zichzelf vroeg of laat de vraag: moet ik gaan of moet ik blijven? En als je dan hier blijft, zo redeneert Benali, moet je wel verdomd goed weten wat je hier houdt.[1] Benali lijkt verbaasd over het feit dat hier in Groningen überhaupt schrijvers of andere kunstenaars zijn en die bovendien hier van plan zijn te blijven. De Randstad lijkt iets te bieden wat veel cultuurminnaars zoeken: dat geldt niet alleen voor de literatuur, maar ook voor filmproductie en vrijwel de hele creatieve sector. Wie talent bezit kan beter zijn biezen pakken en naar het Westen vertrekken, waar nu eenmaal meer mediabedrijven gevestigd en er meer kansen gecreëerd kunnen worden.

Maar in hoeverre is deze constatering juist? Het standpunt is weliswaar gefundeerd op de koude statistische waarheid dat de meeste kunst in de Randstedelijke regio gemaakt wordt, en dit geldt al helemaal voor het kapitaalintensieve terrein van filmproductie, maar de andere kant wijst het op een afwezigheid (of optimistischer geformuleerd, de mogelijkheid) van een volwaardig te noemen kunstsector in de stad. Hoe zou het kunstleven in de stad een impuls kunnen krijgen zodat filmmakers, schrijvers of musici zich niet direct genoodzaakt voelen om Groningen te verlaten?

Met de geplande kabinetsbezuinigingen van 200 miljoen euro op cultuur voor de komende vijf jaar, dreigt deze sector ernstige schade te worden toegediend of in het ergste geval zelfs helemaal te verdwijnen. Hoewel Groningen van oudsher cultuur hoog in het vaandel draagt en met de gereserveerde 30 miljoen euro voor cultuur zich tot de meest cultuurminnende steden van Nederland mag rekenen, is het van belang dat de creatieve sector ook los van subsidiëring gezond is. Hoewel het buiten kijf staat dat kunst en cultuur gesubsidieerd moet worden, is het van groot belang dat deze sector nieuwe wegen vindt om het hoofd boven water te houden, helemaal in tijden van economische crisis.

Op initiatief van Stichting Beeldlijn, die al meer dan 25 jaar documentaires produceert over het culturele leven in het Noorden, werd er onlangs een discussiemiddag georganiseerd op het Noordelijk Film Festival in Leeuwarden.[2] Er werd nagedacht of er het mogelijk was om een Noordelijk Media Fonds op te richten ter ondersteuning van de filmindustrie (en in het verlengde de creatieve industrie in het Noorden). Het Rotterdam mediafonds, dat ooit in het leven werd geroepen om een media-industrie in de stad te creëren, wordt vaak als toonaangevend voorbeeld beschouwd. Het fonds richt zich op het stimuleren en verstevigen van de mediabedrijvigheid in de regio Rotterdam. Het RMF voert daarmee een van de gemeentelijke speerpunten uit, dat het ontwikkelen en bevorderen van een gezond economisch klimaat ten behoeve van de media sector in stad en regio behelst.[3] Filmmaker en afgevaardigde van het fonds Roy Dames is positief over het bestaan van zo’n fonds, maar plaatst daar tegelijkertijd de kanttekening bij dat zo’n fonds wel 30 à 40 jaar moet bestaan wil het winstgevend zijn. Het Noorden zal dan ook voor een moeilijke taak komen te staan als zij dit op dezelfde wijze wil vormgeven.

Het voornaamste doel van zo’n fonds is het creëren van werkgelegenheid en niet zozeer het bevorderen van culturele participatie: deze zal daar zelf uit voortvloeien vanwege het multipliereffect. Hierbij is de samenwerking tussen spelers in de creatieve industrie van wezenlijk belang. Groningen telt tal van jonge mediabedrijven die een grote rol zouden kunnen spelen in de wijze waarop de gemeente, het bedrijfsleven en de culturele sector elkaar in hun activiteiten kunnen ondersteunen. De katalyserende werking van het bedrijfsleven en de culturele sector is al vele malen gebleken. Film en televisieproducent Sherman de Jesus verwees tijdens de discussie naar de situatie in bijvoorbeeld New York, waarbij er meer wordt gekeken naar de langere termijn. Investeren in de audiovisuele sector levert door zijn status als groeimarkt juist veel op volgens De Jesus. Hij is van mening dat wanneer men in deze sector voor subsidie bij de overheid wil aankloppen, zij dit veel beter over een economische dan een culturele boeg kunnen gooien.

Voor de financiering van filmproducties wordt ook vaak aangeklopt bij landelijke fondsen zoals het Mediafonds en het Filmfonds. Het Mediafonds werkt echter alleen samen met landelijke en regionale publieke omroepen, waarbij het van groot belang is dat de aanvragen onder professionele begeleiding worden ingediend, zodat de kans op toekenning wordt vergroot. Voor Groningen zullen de dreigende bezuinigingen helaas invloed hebben op de wijze waarop samenwerking met bijvoorbeeld RTV-Noord zal plaatsvinden voor het produceren van bijvoorbeeld documentaires. Ook regionale omroepen krijgen nu veelal niet het geld waar zij wettelijk recht op hebben en zijn in commercieel opzicht erg beperkt. Daarnaast zijn zij primair gericht op nieuwsvoorziening. Een reddingsplan is dan ook noodzakelijk om de Groningse filmindustrie, en breder de creatieve industrie, te laten floreren.

Niek Koppen, Hoofd Documentaire bij het Filmfonds, benadrukt ook het economische accent in de toekenning van financiering door het fonds: landelijke fondsen investeren niet in talentontwikkeling maar willen financiële zekerheid. De staat van dienst van de maker, artistieke kwaliteit en de mogelijkheid tot bioscoopvertoning wegen dan ook zwaar in de aanvraagbeoordeling. Koppen onderstreept het belang dat beginnende filmmakers meters maken: klein beginnen, ervaring opdoen en van daaruit verder groeien.

Gelukkig worden de meters in Groningen ruim gemaakt. Filmmakers uit de regio zoals Cengiz Özgok, Thuis Gloger, Arjen Nolles, Roeland Dijksterhuis en Petra Weijsenfeld bewijzen dat ook hier kwaliteitsfilms gemaakt kunnen worden. De vraag is echter of het talent hier behouden kan worden, er verdere professionalisering plaatsvindt en er een bloeiende media-industrie gerealiseerd kan worden. Groningen heeft met instellingen en initiatieven als het USVA-videocollectief, Academie Minerva, de Rijksuniversiteit en de Hanzehogeschool en het geplande (maar ook alweer bedreigde) GroningerForum, allerlei ingrediënten in huis voor een duurzame kunst- en media-industrie en een bruisend cultureel leven. Het is echter van cruciaal belang dat zowel op de korte als lange termijn de samenwerking tussen mediaprofessionals onderling en met het bedrijfsleven wordt bevorderd.

"Licht" een film van Petra Weijsenfeld

Vanuit mijn eigen filmwetenschappelijke achtergrond heb ik mij hier toegespitst op de filmsector, maar naar mijn idee gaan de bezuinigingen de hele culturele schade toebrengen. Bij deze zou ik iedereen in Groningen en daarbuiten die de cultuursector een warm hart toedraagt, willen laten meedenken over de manier waarop er gezamenlijk initiatieven gestart kunnen worden. Cultureel ondernemen zou via allerlei kruisbestuivingen plaats kunnen vinden. Investering in de audiovisuele sector zal de kwaliteit doen toenemen, waarmee vervolgens meer geldstromen aangetrokken worden. Zo zal het Noorden een bijzondere aantrekkingskracht krijgen waar iemand als Abdelkader Benali jaloers op zou zijn.

 

Over yourisepp

Filmrecensies, filmtheorie en meer...
Dit bericht werd geplaatst in Blog en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s